Ingang wetsvoorstel beperking compensatieregeling langdurige arbeidsongeschiktheid uitgesteld
De invoering van het wetsvoorstel dat de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid (LAO) wil beperken tot kleine werkgevers, is uitgesteld. De nieuwe beoogde ingangsdatum is vastgesteld op 1 januari 2027. Dit staat in een brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer.
De transitievergoeding
De transitievergoeding bestaat sinds 1 juli 2015 en is ingevoerd om meer helderheid te creëren rondom ontslagvergoedingen. Werknemers ontvangen bij ontslag een vast bedrag dat bedoeld is om de overgang naar nieuw werk te vergemakkelijken, bijvoorbeeld via scholing, begeleiding of andere vormen van ondersteuning. Ook werknemers die na twee jaar ziekte niet kunnen terugkeren bij hun werkgever hebben recht op deze vergoeding.
Onduidelijkheid en frustratie
Na de invoering nam het aantal zogenoemde ‘slapende dienstverbanden’ toe. In zulke situaties blijft het dienstverband formeel bestaan, maar ontvangt de werknemer geen loon meer. Omdat het contract niet wordt beëindigd, hoeft de werkgever ook geen transitievergoeding te betalen. Dit zorgde voor onduidelijkheid en frustratie bij werknemers en leidde in sommige gevallen tot rechtszaken, waarbij beëindiging van het dienstverband en uitbetaling van de vergoeding werd geëist.
Lees ook: Gaat de Compensatieregeling Transitievergoeding op de schop?
Invoering compensatieregeling
Om deze problematiek aan te pakken, koos de overheid niet voor het uitsluiten van deze groep, maar voor het invoeren van een compensatieregeling. Deze regeling trad op 1 april 2020 in werking. Inmiddels is in het regeerakkoord vastgelegd dat de compensatie bij langdurige arbeidsongeschiktheid wordt beperkt tot kleine werkgevers. Werkgevers met 25 werknemers of meer komen daardoor niet langer in aanmerking voor deze compensatie. Deze maatregel zou vanaf 1 juli 2026 in moeten gaan. Door politieke ontwikkelingen is dit echter niet gelukt. Zo speelde de demissionaire periode van het vorige kabinet een rol, en onderzoekt het huidige kabinet zelfs of de regeling in zijn geheel kan verdwijnen. Hierdoor heeft de besluitvorming vertraging opgelopen.
Invoering wordt doorgeschoven naar 2027
Bovendien is het wetstraject nog niet afgerond, omdat zowel de Tweede als de Eerste Kamer zich er nog over moeten buigen. Ook het UWV heeft aangegeven dat er extra voorbereidingstijd nodig is om de uitvoering goed te regelen, met name vanwege stappen die later niet eenvoudig terug te draaien zijn. Tegelijk is het belangrijk dat betrokken partijen, zoals werkgevers en werknemers, tijdig duidelijkheid krijgen over wat er gaat veranderen. Alles bij elkaar maakt dit dat de oorspronkelijke planning niet haalbaar is gebleken en de invoering wordt doorgeschoven naar begin 2027.